Follow Us

Racisme wordt niet getolereerd door voetbaltrainer Luciën Roeffen

Racisme wordt niet getolereerd door voetbaltrainer Luciën Roeffen

Luciën Roeffen was de afgelopen drie jaar trainer van het eerste team van de Cuijkse amateurvoetbalclub SIOL. Zijn tijd bij SIOL ging niet alleen om voetbal, maar ook om het racisme waar zijn team, dat voor het grootste deel uit allochtone spelers bestaat, mee te maken krijgt. ‘’Het is jammer dat ik daar zoveel energie in heb moeten steken.’’

Voordat Roeffen bij SIOL kwam, is hij jarenlang trainer geweest bij diverse clubs in een straal van vijftig kilometer van Cuijk. ‘’In deze teams zaten vaak weinig tot geen allochtonen,’’ vertelt hij. ‘’SIOL is heel multicultureel. We hebben bijvoorbeeld Turken, Marokkanen en Molukkers. Ik heb een vluchteling uit Zimbabwe gehad. Ik vind dat mooi.’’ Volgens Roeffen gaan de verschillende nationaliteiten binnen de club goed samen. ‘’Je moet dat ook een beetje bespelen. Ik heb bewust een Marokkaanse jongen aanvoerder gemaakt die een bepaald aanzien heeft bij de allochtone jongens, maar ook een goede klik heeft met de Nederlandse spelers. Ik maak geen verschil tussen culturen, maar je kunt er als trainer wel gebruik van maken.’’ Roeffen vindt het niet moeilijk om met verschillende culturen om te gaan. Dit komt onder andere door zijn gezinssituatie, hij is getrouwd met een Molukse vrouw en heeft twee half Molukse kinderen. Daarnaast heeft hij door zijn werk veel ervaring in het omgaan met verschillende soorten mensen. Zo werkte hij in de jeugdgevangenis en werkt hij nu in het speciaal onderwijs. ‘’Je moet ieder persoon anders benaderen. Maar dat is in de hele samenleving zo, dat moeten we respecteren.’’

Te makkelijk
Afgelopen oktober schreef onder andere Omroep Brabant over een wedstrijd tussen SIOL en Juliana Mill die gestaakt werd naar aanleiding van een racistische opmerking van de scheidsrechter. Rob Hoffmann, voorzitter van SIOL, legde in een eerder interview kort uit wat er tijdens die wedstrijd gebeurde: ‘’De scheidsrechter floot voor een hoekschop voor Juliana Mill, terwijl onze spelers vonden dat zij een vrije trap moesten krijgen omdat er vlak daarvoor een overtreding op hen was begaan. De scheidsrechter vond dat ze zich aanstelden en zei ‘jullie lijken net tien kleine negertjes’.’’

Roeffen vertelt dat zulke opmerkingen zijn spelers erg raken. Na deze uitspraak rende er meteen een aantal spelers naar hem toe om te zeggen dat hij iets moest doen. ‘’Ik riep de scheidsrechter om te vragen wat er was gebeurd, daarbij stond ik een halve meter over de lijn en daarvoor kreeg ik een rode kaart. De scheids had die opmerking niet racistisch bedoeld, maar het is toch logisch dat ik met hem in gesprek wil? Ik wil voorkomen dat mijn jongens over de schreef gaan. Dan hebben wij het gedaan, terwijl er wel iets vooraf is gegaan.’’ De scheidsrechter heeft later zijn excuses aangeboden, maar Roeffen vindt dat hij er daarmee makkelijk overheen is gestapt. ‘’Als die man na de wedstrijd naar ons toe was gekomen en had gezegd: ‘Sorry jongens, ik had deze opmerking nooit mogen maken, ik zal het ook in mijn rapport zetten en ik ga graag met jullie in gesprek’, dan was het anders geweest. Nu zegt hij ‘ik heb mijn excuses aangeboden, en daarmee is het af’. Dat is te makkelijk, bij sommige jongens doet het echt veel pijn. En ik krijg een rode kaart, terwijl ik niets onvertogens heb gezegd. Dat is later ook bewezen, maar het staat wel in de krant.’’

Wegkijken
Roeffen vindt dat er tijdens zijn periode bij SIOL te veel racistische incidenten zijn geweest waarbij mensen wegkeken. Een tijdje geleden ging het in Mill weer mis met een scheidsrechter. ‘’Het was een erg chaotische wedstrijd,’’ vertelt Roeffen. ‘’Toen we na de wedstrijd in de bestuurskamer zaten, kwam de scheids binnen en zei: ‘Wat een chaos. Maar ik wist het wel, ik moest SIOL goed in de gaten houden.’ Die man kende de scheidsrechter van de gestaakte wedstrijd blijkbaar goed. Ik ben opgestaan en weggelopen, omdat ik geen verkeerde dingen wilde zeggen. Het bestuur van de tegenstander zei niks. Als ik in dat bestuur had gezeten, had ik gezegd: ‘Deze opmerking kunt u niet maken, u zult neutraal moeten blijven.’ Mensen kijken weg, dat vind ik het ergst.’’

Grijs gebied
Vaak zeggen de mensen die volgens SIOL een racistische opmerking hebben gemaakt, dat ze het niet zo bedoelden. Het is moeilijk om te zeggen wanneer iets racisme is. Roeffen: ‘’Die grens ligt bij iedereen anders, het blijft een grijs gebied. Vaak voel je zelf snel genoeg of een opmerking goed was door de reactie van anderen. Daardoor heb je ook de kans jezelf te corrigeren.’’ Volgens de trainer moet je soms even tot tien tellen en niet altijd een conflict zoeken. Maar als iets echt te ver gaat, zal hij altijd reageren. ‘’Ten eerste probeer ik bijvoorbeeld oogcontact te maken met een trainer die iets roept wat niet kan. Daarna zeg ik dat dit niet hoort. Ik spreek ook spelers van de tegenpartij aan. Of mijn eigen spelers, dat zijn ook geen heilige boontjes. Als zij iets verkeerd doen krijgen ze het direct te horen.’’ Andere coaches reageren volgens Roeffen wisselend, maar naderhand wordt een incident drie van de vier keer perfect opgelost. ‘’Dan vraag ik ook of ze begrijpen waarom ik zo reageer. Ik doe het voor mijn jongens, maar ook voor de tegenstander. Ik heb vaak licht ontvlambare jongens. Als ik zie dat het mijn speler hoog zit, haal ik hem van het veld om escalatie te voorkomen. Later op de training praten we erover. Maar nooit op de zondag zelf, eerst moeten de emoties zakken.’’

Roeffen bespreekt het racisme met zijn team. Zijn spelers luisteren goed naar hem. ‘’Als de scheidsrechter van de gestaakte wedstrijd voor een afkoelingsperiode had gezorgd, en ik had gezegd ‘jongens, luister, dit is gezegd. Zand erover, wij maken die wedstrijd af en we dienen straks een rapport in’, dan hadden ze naar mij geluisterd. De jongens komen al naar mij toe als er iets gebeurt, ze hadden die scheids ook op zijn smoel kunnen slaan. Soms waarschuw ik ze van tevoren als ik denk dat er in een bepaald dorp wat opmerkingen gemaakt kunnen worden. Ik geef mijn aanvoerder de opdracht om dan naar de scheidsrechter te lopen en te zeggen dat zo’n opmerking niet kan. Ik geef ze dus richtlijnen mee, maar echte afspraken hebben we niet. Elke situatie is anders.’’

Nieuwe club
Op het terrein van SIOL hangt een bord met de tekst ‘SIOL zegt NEE tegen racisme’. Racisme is een belangrijk onderwerp binnen de club. Roeffen is toe aan een nieuwe uitdaging en wordt volgend seizoen de nieuwe trainer van het eerste team van HBV Beers. Die vereniging heeft niet zo’n duidelijk standpunt ingenomen. ‘’Daar zijn ook weinig allochtone spelers,’’ aldus Roeffen. ‘’Maar als mijn beste speler een ongepaste opmerking maakt, haal ik hem direct van het veld, ook al heb ik hem nodig. Dan kan het bestuur hoog of laag springen, maar dat wordt niet getolereerd. Andersom zal ik het ook zeggen als wij onheus bejegend worden door buitenlandse jongens.’’ Roeffen heeft zin in zijn overstap en vind het leuk om het onderwerp racisme bij HBV te kunnen behandelen. ‘’Bij andere clubs heb ik het nooit besproken, toen stond ik er nog niet bij stil.’’

Racisme bestrijden
Om racisme tegen te gaan denkt Roeffen vooral dat mensen niet meer moeten wegkijken en elkaar meer moeten respecteren. ‘’Er moet direct worden ingegrepen en gesanctioneerd als er iets gebeurt. En respecteer elkaar, met alle plussen en minnen.’’ De aandacht die er nu voor racisme is door de Black Lives Matter-demonstraties vindt hij goed, maar hij denkt niet dat het iets gaat veranderen. ‘’Een club, bestuur of scheidsrechter moet gewoon optreden.’’ Het lijkt hem mooi om met verschillende clubs uit de regio om de tafel te gaan zitten. ‘’Ik vind het wel leuk om in een groepje te zitten en te vragen waarom ze bepaalde dingen hebben gezegd. Dan kunnen ze ook aan mij vragen waarom het me wat doet. Misschien kan ik ook wel dingen anders doen.’’ Of andere clubs hiervoor open staan weet hij niet. Roeffen denkt dat het bestrijden van racisme met vallen en opstaan zal gaan. ‘’Het ene moment gaat het heel goed, het andere moment wat minder. Ik zal er in ieder geval alles aan blijven doen.’’

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *